Carlo’s kijk op warmtepompinstallaties anno 2026

“Als ik één misverstand zou moeten aanwijzen dat ik in 2026 nog steeds vaak zie, dan is het dit: de keuze voor een warmtepomp wordt te snel teruggebracht tot een type toestel en een vermogen.
Terwijl de warmtepomp zelden het probleem is.
Wat bepaalt of een installatie goed werkt, zit bijna altijd in de keuzes eromheen. In het systeemontwerp. In het gebruik. In de toekomstverwachting. En in de discipline om niet alleen te rekenen, maar ook te begrijpen wat je aan het maken bent.
Een warmtepomp is geen productkeuze. Het is een ontwerpopgave.
Warmtevraag is geen statisch gegeven

Veel adviezen beginnen nog steeds met één centrale vraag: hoeveel vermogen hebben we nodig?
Daar rolt een getal uit en dat wordt het uitgangspunt voor de installatie. Ik vind dat te beperkt.
Warmtevraag is geen vaststaand gegeven. Het verandert door isolatie, gebruik, bezetting, ventilatie, gedrag en zelfs door weersinvloeden over meerdere jaren. Wie alleen ontwerpt op een momentopname, ontwerpt te krap of te ruim.
Wat ik belangrijker vind, is begrijpen hoe een gebouw zijn warmte gebruikt.
Wanneer ontstaat de piek? Hoe lang duurt die? Is het continu of intermitterend? En wat gebeurt er als de schil verbetert?
Historisch energieverbruik zegt daarin vaak meer dan een theoretische berekening alleen. Niet omdat rekenen onzin is, maar omdat realiteit zich zelden precies gedraagt zoals het model voorspelt.
Rendement ontstaat niet in het toestel

Er wordt veel gesproken over COP (Coefficient of Performance) en SCOP (Seasonal Coefficient of Performance), maar opvallend weinig over waar die waarden in de praktijk echt door worden beïnvloed.
Mijn ervaring: het rendement wordt zelden beperkt door de warmtepomp zelf.
Het wordt beperkt door:
- Te hoge aanvoertemperaturen
- Instabiele hydrauliek
- Verkeerde bufferkeuzes
- Slecht afgestemde regelstrategieën
- En afgiftesystemen die eigenlijk niet geschikt zijn
Een warmtepomp presteert het best als hij rustig kan werken. Lange draaitijden, lage temperaturen, minimale correcties. Dat vraagt om een systeem dat hem niet voortdurend dwingt tot compenseren.
Daarom begint goed warmtepompadvies niet bij het merk of het type, maar bij het hydraulisch concept.
Hybride is alleen logisch als je vooruit ontwerpt
Ook anno 2026 zien we hier de meeste fouten ontstaan.
We investeren in hoogwaardige warmtepompen, maar accepteren ondertussen:
- Te kleine leidingdiameters
- Te hoge ΔT
- Onvoldoende afgifteoppervlak
- Of een combinatie van systemen die elkaar tegenwerken
Een warmtepomp is in eerste aanleg gemaakt voor lage temperaturen. Als het afgiftesysteem dat niet ondersteunt, gaat het rendement omlaag en het comfort mee.
Wat mij betreft zou elk warmtepompontwerp eerst moeten beginnen bij één vraag: welke aanvoertemperatuur wil ik structureel draaien? Alles daarna volgt daar logisch uit.
Hybride is alleen logisch als je vooruit ontwerpt
Hybride installaties zijn nog steeds relevant, maar alleen als ze bewust worden ingezet.
Te vaak zien we hybride systemen die later all-electric moeten worden, maar daar technisch helemaal niet op voorbereid zijn. Dan wordt hybride geen tussenstap, maar een doodlopend spoor.
We ontwerpen hybride installaties daarom altijd met een duidelijke toekomst in gedachten:
- Voldoende capaciteit in afgifte
- Hydrauliek die schaalbaar is
- Regeltechniek die uitbreiding aankan
Vandaag hybride kan prima zijn. Maar alleen als morgen al is meegenomen in het ontwerp.
Geluid en dynamiek worden steeds bepalender
Wat in de praktijk steeds zwaarder gaat meewegen, is niet alleen geluid in decibellen, maar hoe een installatie zich gedraagt.
Pendelen, korte cycli en snelle vermogenswisselingen zorgen niet alleen voor geluid, maar ook voor slijtage en lager rendement. Dat is geen kwestie van een stiller toestel kiezen, maar van systeemstabiliteit.
Buffercapaciteit, regeling en afstemming bepalen of een warmtepomp zich rustig gedraagt of continu moet corrigeren. En juist die rust wordt in dichtbebouwde omgevingen steeds belangrijker.
Wat specialisten vaak onderschatten
Voor vakgenoten zeg ik dit bewust scherp: we zijn technisch steeds beter geworden, maar we denken soms te weinig integraal.
We optimaliseren onderdelen, terwijl het gedrag van het geheel bepaalt of een installatie slaagt. De volgende stap zit niet in nieuwe toestellen, maar in:
- Betere systeemlogica
- Adaptieve regelstrategieën
- Ontwerpen op gebruik in plaats van norm
- En accepteren dat niet alles exact te berekenen is
De beste installaties die ik zie, zijn niet per se de meest complexe. Het zijn de installaties waar vooraf het meeste is nagedacht.
Doordacht Duurzaam is vooruitdenken
Voor mij betekent Doordacht Duurzaam niet dat alles meteen all-electric moet.
Het betekent dat elke keuze logisch is binnen het grotere geheel.
Een warmtepomp moet passen bij het gebouw, bij het gebruik en bij de toekomst.
Als dat klopt, volgt rendement vanzelf.
En als het niet klopt, helpt geen enkel merk of type warmtepomp dat nog.”
Carlo Nonneman | Bedrijfsleider Klomp Technisch Buro
Contact
Wil je weten wat in jouw situatie bepalend is voor het rendement van een warmtepompinstallatie?
Bij Klomp Technisch Buro denken we graag mee, vanuit techniek, gebruik en toekomst.
Neem gerust contact op voor een inhoudelijk gesprek.